Inkijkexemplaar Ameno

Rosie Matthijssen – negenendertig jaar

De wereld verstilt in een ijzig winterlandschap, wachtend en bezinnend op wat komen gaat. De bomen richten hun kale zwarte toppen naar de hemel. De koude oostelijke wind is in de loop van de ochtend gaan liggen.
De zon doet nog een laatste poging om door de wolken heen te breken voordat ze ondergaat. In de berm glinsteren hier en daar ijskristallen in de bevroren sneeuw rondom de restanten van het opschot van vorig jaar.

Ik rij noordwaarts. De zon staat aan mijn linkerkant. Daar is ze heel even als een bleke bol zichtbaar. De volgende rij bomen ontneemt het zicht op haar warme stralen. Een zweem van het avondrood omringt haar.
De weg is goed begaanbaar. De flatscreen op het dashboard laat zien dat de temperatuur in het afgelopen anderhalf uur vier graden is gezakt. Het is net onder het vriespunt.

Een eenzame boerderij omgeven door omgeploegde akkers ligt links van mij. Kedeng! Zonder waarschuwing en vanuit het niets komt informatie mijn hoofd binnen. Waarschijnlijk komt het vanaf de boerderij die ik zojuist passeerde. Het is iets vaags waar ik nog niets mee kan en waarschijnlijk niets mee hoef. Het zijn nog niet eens gedachten. Het is een gevoel dat nog het meest lijkt op het tintelen van koude vingers die warm worden bij een haardvuur. Ik sta het vage gevoel niet toe zich in mijn gedachten te nestelen. Maar ik gooi het niet weg. Misschien is het nog nuttig. Maar voor nu is het onbelangrijk.

Ik concentreer mij op de GPS. Ik ben blij dat Axel heeft aangedrongen dat ik zijn Peugeot 5008 gebruikte. De auto is voorzien van alle veiligheidssnufjes die er als extra’s bijgekocht konden worden. Onder andere omstandigheden zou ik zijn aanbod afgewezen hebben en in mijn eigen vertrouwde Peugeootje zijn gestapt. Maar nu ben ik blij met zo’n veilige auto. De GPS is up-to-date, de auto heeft traction control, remondersteuning en rondom camera’s. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Een glimlach speelt om mijn lippen als ik het hem in mijn gedachten hoor zeggen.

Vanuit mijn ooghoek zie ik flarden mist tussen de bomen hangen. Ook dat nog. Het is 24 januari. De klok wijst bijna vier uur aan. Het wordt al schemerig. De omgeving wordt steeds voller met bomen en struiken. Het bijna vlakke landschap van zojuist verandert in een bosachtig landschap. De GPS zegt mij dat ik over twintig minuten op de plaats van bestemming ben.
     “Verdomme, Ashley!” Echt weer zo’n typische Ashley-ontmoetingsplaats; afgelegen en koud. Terwijl ik binnensmonds vloek, weet ik dat Ashley met enkele van haar collega’s wordt gedwongen hier te zijn. Ze zit met deze kou ook liever thuis bij de kachel in plaats van op deze plek te werken.
Ik krijg een visioen van de vanochtend zelfgemaakte soep vol verse taugé, paprika en tomaten. Het zal nog wel even duren voordat ik mijn handen om een kom van die dampende soep kan slaan.
De blikkerige stem van de GPS-dame waarschuwt dat ik over 300 meter linksaf moet slaan. Dank u. Niemand zit achter me te drammen, dus laat ik het gas los en kan ik bijna stapvoets als een oud wijf linksaf slaan. Meteen weer een blikkerig alarm: “U bevindt zich mogelijk op een niet-verharde weg.” Oh shit, Ashley! Ik sta stil op een landweg, een dreef eigenlijk. Aan de diepe sporen kan ik zien dat er recentelijk auto’s overheen zijn gereden die de sneeuw geplet hebben. Het ijs glinstert in de sporen. Terwijl ik optrek zoeken de wielen naar grip op het ijs. De techniek neemt het gelukkig snel over.
De tinteling kruipt vanuit mijn rechterpols langs mijn arm omhoog. Heel even werp ik een blik op mijn hand en pols, naar het pentakel dat in drie dunne leren bandjes is gevat. Zonder deze bescherming ga ik de deur niet uit. Ook rond mijn linkerpols zijn leren bandjes, maar dan met kralen in groen, geel, rood en blauw.
Op deze smalle dreef is het niet mogelijk om te keren. Anders was ik teruggegaan naar de boerderij om het gevoel van zojuist in mijn binnenste opnieuw te ervaren.  Dat gevoel was een tinteling. Nu is het indringender en voelt het bijna pijnlijk aan. Helaas is daar nu geen tijd voor. Ashley wacht op mij.

Zonder er moeite voor te doen, worden omgeving en gevoelsmatige ervaringen toegevoegd aan mijn belevenissen. Dit behoeft enige uitleg.
Als mensen mij vragen wat ik daar mee bedoel, antwoord ik meestal met een voorbeeld. Tegenwoordig sla je data op in de cloud in plaats van op je eigen computer of externe harde schijf. Ook mijn gedachten, gevoelens en ervaringen worden op een dergelijke manier opgeslagen. Ik ben me er niet eens van bewust dat dit gebeurt. Op deze manier geef ik alle indrukken, visioenen en gevoelens een plek totdat iemand ze nodig heeft. Of ikzelf. De cloud is dus niet alleen van mijzelf. Ik deel ‘m met iedereen in dit universum. Kortom: het collectieve bewustzijn oftewel ‘shared space’. Vergeleken met deze databank heeft die van Google de grootte van een zandkorrel. Een wat simpele uitleg, maar voor nu genoeg. Ik moet mij concentreren op de weg vóór mij, omdat ik Axels auto niet tegen een boom wil parkeren. Dan wijken de bomen en rij ik weer op een met puin geplaveide weg naar de hoofdweg. De blikkerige stem vertelt mij dat ik rechtsaf moet slaan en dat ik mijn bestemming over 600 meter heb bereikt.

Er staan meerdere auto’s achter elkaar geparkeerd die in deze godvergeten omgeving opvallen, vooral de bus van de forensische dienst. Deze staat als een grotesk obstakel achteraan met open achterdeuren.
De auto van Ashley lokaliseer ik ergens in het midden tussen de andere auto’s. Haar zuurstokroze Berlingo kun je niet over het hoofd zien. Ze heeft de auto met een fikse korting gekocht, omdat niemand deze kleur wilde.  Ik moet altijd grinniken als ik Ashley, de stoere politievrouw, in haar roze gedrocht ergens zie rijden. Terwijl ik dit binnenpretje heb, zie ik Ashley staan met een grijze streep verf door

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.